Schlüter-BEKOTEC-EN-FTS  De stille dekvloernoppenplaat

Schlüter-BEKOTEC dient als plaatsingsondergrond voor onze energiebesparende vloerverwarming BEKOTEC-THERM. Bovendien bent u verzekerd van een materiaal en bouwtijd besparende, zwevende en functioneel veilige dekvloer.

Schlüter-BEKOTEC-EN FTS is een dekvloernoppenplaat en is bedoeld voor de plaatsing van BEKOTEC-THERM-HR-verwarmingsbuizen met een ø van 12 mm. Deze wordt met een geïntegreerde contactgeluidisolatie (5 mm) geleverd, waardoor het contactgeluid met maximaal 25 dB kan worden verminderd.

Schlüter-BEKOTEC-ENFGTS is een bijbehorende compensatieplaat die vóór de verwarmingscircuitverdeler wordt geplaatst. Daardoor wordt de montage van de verwarmingsbuizen in de verdelerkast vergemakkelijkt.

Datablad
Productfoto BEKOTEC-EN-FTS 1©Schlüter-Systems KG
Productfoto BEKOTEC-EN-FTS 2©Schlüter-Systems KG
Productfoto BEKOTEC-EN-FTS 3©Schlüter-Systems KG
Productfoto BEKOTEC-EN-FTS 4©Schlüter-Systems KG
zoom_out_map search
Productfoto BEKOTEC-EN-FTS 1
Productfoto BEKOTEC-EN-FTS 2
Productfoto BEKOTEC-EN-FTS 3
Productfoto BEKOTEC-EN-FTS 4
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
  •  
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
  •  
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
  •  
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
  •  
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
  •  
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
  •  
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
  •  
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
  •  
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
  •  
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
  •  
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

Schlüter-BEKOTEC-EN 18 FTS is de betrouwbare bekledingsconstructietechniek als systeem voor de realisatie van barstvrije en correct functionerende zwevende dekvloeren en verwarmde dekvloeren met bekledingen van keramiek, natuursteen of andere bekledingsmaterialen.

Dit systeem wordt zwevend en rechtstreeks op geschikte, zelfdragende ondergronden, zoals beton, bestaande dekvloeren, aanwezige houten vloerconstructies of gebonden egalisatiemiddelen (> 100 kPa), gelegd. Bovendien is het gebruik van extra thermisch isolatiemateriaal toegestaan. Voor de plaatsing moet worden gecontroleerd of de ondergrond geschikt is voor de verwarming (bewegingsvoegen, randstroken, enz.). Het systeem is gebaseerd op de dekvloernoppenplaat BEKOTEC-EN 18 FTS met een geïntegreerde contactgeluidsisolatie van 5 mm, die rechtstreeks op de draagkrachtige ondergrond wordt gelegd. Voor het systeem werd volgens DIN EN ISO 717-2 een verbetering van het contactgeluid van 25 dB vastgesteld. De daadwerkelijke mate van verbetering bij de desbetreffende constructie is afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden (constructieopbouw). Deze waarde kan afwijken. Daarom zijn de gemeten testwaarden niet altijd van toepassing op de bouwplaatssituatie. Betrouwbare waarden kunnen alleen door directe metingen ter plaatse worden bepaald, waarbij rekening moet worden gehouden met de werkelijke constructieopbouw. Op basis van de geometrie van de noppenplaat BEKOTEC-EN 18 FTS wordt een minimale laagdikte van de dekvloer verkregen. Deze bedraagt tussen 26 mm tussen de noppen en 8 mm erboven. De noppen zijn zodanig gerangschikt dat de bijbehorende verwarmingsbuizen (diameter 12 mm) in een raster van 50 mm kunnen worden geklemd, om een verwarmde dekvloer te realiseren.

De vloerverwarming is goed regelbaar en kan optimaal functioneren met lage aanvoertemperaturen. Dit is omdat er slechts een relatief dunne dekvloermassa (bij een bedekking van 8 mm ca. 52 kg/m² ≙ 26 l/m²) moet worden verwarmd of afgekoeld.

Terwijl de dekvloer uithardt, treedt er krimp op. Deze wordt modulair opgevangen door het noppenraster. Spanningen ten gevolge van de krimpvervorming kunnen bijgevolg niet inwerken op het volledige oppervlak. Daarom kan worden afgezien van schijn- en bewegingsvoegen. Zodra de cementdekvloer begaanbaar is, wordt de ontkoppelingsmat Schlüter-DITRA (alternatief: Schlüter-DITRA-DRAIN 4 of Schlüter-DITRA-HEAT) erop gelijmd (calciumsulfaatdekvloer ≤ 2 CM-%).

Daarop worden dan rechtstreeks, volgens het dunbedprocedé, keramische tegels of natuursteen geplaatst. Bewegingsvoegen in de bekledingslaag realiseert u met Schlüter-DILEX in de anders ook vereiste afstanden.

Bekledingsmaterialen die scheurbestendig zijn, (zoals parket of vasttapijt), worden rechtstreeks op de dekvloer gelegd zodra de toegelaten bekledingsspecifieke restvochtigheid is bereikt.

Raadpleeg het technisch handboek voor meer informatie.

Technische gegevens

  1. Noppengrootte: ca. 40 mm
    Plaatsingsafstand: 50, 100, 150 mm ...
    Tot het systeem behorende verwarmingsbuizen: ø 12 mm
    De zijden van de noppen zijn voorzien van een holte, zodat verwarmingsbuizen zonder bevestigingsklemmen veilig op hun plaats worden vastgehouden.
  2. Verbindingen:
    de noppenplaten worden onderling verbonden door deze met één noppenrij overlappend in elkaar te steken.
  3. Nuttige oppervlakte: 1,4 x 0,8 m = 1,12 m²
    Plaathoogte: 23 mm (incl. 5 mm contactgeluidsisolatie)
  4. Verpakking: 10 stuks/doos = 11,2 m²
    De grootte van de doos bedraagt ca. 1500 x 855 x 185 mm.
  • Garantiewaarborg:
    Op voorwaarde dat de montagehandleiding wordt nageleefd en de bekleding volgens de voorschriften wordt geplaatst, biedt Schlüter-Systems vijf jaar garantie op de bruikbaarheid en schadevrijheid van de bekledingsconstructie.
  • Barstvrije bekleding:
    Het BEKOTEC-systeem is zodanig uitgevoerd dat drukspanningen van de dekvloer modulair in het raster van de noppenbaan worden afgebouwd. Er wordt afgezien van een constructieve wapening.
  • Vervormingsarme constructie:
    De volgens het BEKOTEC-systeem gemaakte bekledingsconstructie is in gebruikstoestand vrij van restspanningen, zodat vervormingen van het oppervlak vrijwel zijn uitgesloten. Dat geldt met name ook voor belastingen door temperatuurschommelingen, bijv. bij verwarmde dekvloeren.
  • Voegloze dekvloer:
    Omdat via de dekvloer van het BEKOTEC-systeem de optredende drukspanningen gelijkmatig over het volledige oppervlak afvloeien, kan er worden afgezien van uitzettingsvoegen in de dekvloer.
  • Bewegingsvoegen in het voegraster van de tegel- resp. natuursteenbekleding:
    Bij het BEKOTEC-systeem kunnen de bewegingsvoegen tijdens het plaatsen van de tegel- of natuursteenbekleding worden aangepast aan het gewenste voegraster van de bekleding; er moeten immers geen scheidingsvoegen uit de dekvloer in de vloerbekleding worden overgenomen. Er dient slechts rekening te worden gehouden met de algemene regels voor het indelen van de bekledingsvelden.
  • Korte bouwtijd:
    De volgens het BEKOTEC-systeem gerealiseerde dekvloer kan met behulp van de ontkoppelingsmat direct na begaanbaarheid met keramische tegels, natuursteen of kunststeen worden bekleed. Als een vloerverwarming wordt ingebouwd, kan de afgewerkte bekledingsconstructie al na zeven dagen worden opgewarmd.
  • Geringe materiaalbehoefte:
    Bij een dekvloeroverlapping van 8 mm is slechts ca. 52 kg/m² ≙ 26 l/m² dekvloermassa nodig. Een voordeel dat wordt weerspiegeld in de statische berekening.
  • Snel reagerende vloerverwarming:
    Een vloerconstructie die volgens het BEKOTEC-systeem in combinatie met vloerverwarming is gerealiseerd, reageert sneller op temperatuurveranderingen dan conventionele verwarmingsdekvloeren, omdat er, afhankelijk van de uitvoering, aanzienlijk minder massa moet worden verwarmd of afgekoeld. Daarom kan de temperatuur van de vloerverwarming lager worden ingesteld, waardoor energie wordt bespaard.
  1. Schlüter-BEKOTEC-EN 18 FTS wordt op een voldoende draagkrachtige ondergrond gelegd. De ondergrond moet vlak zijn en mag geen puntvormige verhogingen (bijv. mortelresten) hebben. Grotere oneffenheden moeten vooraf worden geëgaliseerd d.m.v. dekvloeren of geschikte gebonden egalisatiemiddelen. Indien nodig moet extra geschikte drukstabiele thermische isolatie (DEO) op de ondergrond worden gelegd. Daarbij moet rekening worden gehouden met de thermische isolatievoorschriften. Een extra contactgeluidisolatie is niet toegestaan.
  2. De bekledingsranden aan wanden of inbouwelementen moeten van een BEKOTEC-BRS randstrook worden voorzien, afhankelijk van het type en de hoogte van de dekvloer. De aan de randstrook geïntegreerde, klevende steunvoet is aan de boven- en onderkant voorzien van een klevende bevestigingsstrook. Door de verlijming van de randstrook op de ondergrond en de voorspanning van de steunvoet wordt de randstrook tegen de wand gedrukt. Door de BEKOTEC-noppenplaat op de kleefbasis te leggen, ontstaat een verbinding waarbij de plaat op de ondergrond wordt bevestigd en die verhindert dat de vloeibare dekvloer tijdens de verwerking kan doorsijpelen.
  3. Om geluidsbruggen te vermijden, moeten de noppenplaten BEKOTEC-EN 18 FTS in de randzone nauwkeurig passend worden uitgesneden. Voor de verbinding worden de noppenplaten in de smallere verbindingsnoppen langs de rand in elkaar geklikt (zie foto).

    In de deuropening en aan de verdeler kan voor het eenvoudig plaatsen van de buizen de vlakke compensatieplaat Schlüter-BEKOTEC-EN 18 FFGTS 5 worden gebruikt. Deze wordt onder de noppenplaten gelegd en met dubbel kleefband gefixeerd. Eventueel moet hier in de overgangszones de contactgeluidisolatie van de noppenplaat passend worden verwijderd. Met de zelfklevende buisklemhouder Schlüter-BEKOTEC-ZRKL 10/12 worden de buizen nauwkeurig in deze zone aangebracht.
  4. Voor het realiseren van de BEKOTEC-THERM vloerverwarming worden de bijbehorende verwarmingsbuizen tussen de van een holte voorziene noppen geklemd. De buisafstanden moeten zo worden gekozen dat deze overeenkomen met het vereiste verwarmingsvermogen aan de hand van de BEKOTEC-verwarmingsdiagrammen.
  5. Voor het aanbrengen van de dekvloer wordt een verse cement- of calciumsulfaatdekvloer met een minimale dekvloerbedekking van 8 mm in de noppenplaat aangebracht. Voor zowel een cementdekvloer als een calciumsulfaatdekvloer moet een druksterkte van C20 tot C35 en een buigtreksterkte van F4, max. F5 worden aangehouden. Indien de cementdekvloer krimpklasse SW1 heeft, kunnen ook producten met een hogere buigtreksterkte worden gebruikt. Als hoogtecompensatie kan de laagdikte gedeeltelijk tot maximaal 20 mm worden verhoogd. Ook geschikte vloeibare dekvloeren CAF/CTF die aan de specificatie voldoen, kunnen worden gebruikt. Hier dient te worden gelet op de voor deze toepassing toegelaten systemen.

    Opmerking: Afwijkende dekvloereigenschappen dienen vooraf, per project met onze technische verkoopafdeling te worden besproken.

    Om contactgeluidsoverdracht tussen twee ruimten te voorkomen, moet de dekvloer op die plaatsen worden gescheiden met het uitzettingsvoegprofiel Schlüter-DILEX-DFP.
  6. Zodra de cementdekvloer voldoende hard is geworden en beloopbaar is, wordt de DITRA-ontkoppelingsmat (alternatief: DITRA-DRAIN 4 of DITRA-HEAT) verlijmd volgens de verwerkingsinstructies vermeld in de productdatabladen. Calciumsulfaatdekvloeren kunnen met de ontkoppelingsmat worden bekleed, zodra een restvochtigheid ≤ 2 CM-% wordt bereikt.
  7. Op de bovenkant van de ontkoppelingsmat kan dan direct een bekleding van keramiek of natuursteen volgens het dunbedprocedé worden geplaatst. De vloerbekleding moet boven de ontkoppelingsmat d.m.v. bewegingsvoegen in velden worden onderverdeeld overeenkomstig de geldende voorschriften. Voor het realiseren van de bewegingsvoegen dienen de profielen Schlüter-DILEX-BWB, -BWS, -KS, -AKWS of -F te worden gebruikt (zie productfiche 4.6-4.8, 4.18 en 4.23). Als flexibele randvoeg bij de overgang tussen vloer en wand moet het hoekbewegingsprofiel Schlüter-DILEX-EK resp. -RF (zie productfiche 4.14) worden geplaatst. Het uitstekende deel van de randstrook BEKOTEC-BRS 808 KSF moet vooraf worden afgesneden.
  8. Bij het gebruik van de klimaatregelende tegelvloer BEKOTEC-THERM als vloerverwarming kan de afgewerkte bekledingsconstructie al na 7 dagen worden opgewarmd. Beginnend bij 25 °C kan de aanvoertemperatuur dagelijks met max. 5 °C worden verhoogd tot de gewenste gebruikstemperatuur.
  9. Bekledingsmaterialen die geen risico lopen op barsten (bijv. parket, vast tapijt of kunststof bekledingen), worden zonder ontkoppelingsmat rechtstreeks op de BEKOTEC-dekvloer aangebracht. Daarbij dient de hoogte van de dekvloer telkens aan de betreffende materiaaldikte te worden aangepast.

    Let op: naast de telkens geldende verwerkingsrichtlijnen moet rekening worden gehouden met de voor het gekozen bekledingsmateriaal toegelaten restvochtigheid van de dekvloer. Gedetailleerde verwerkingsinstructies in combinatie met niet-keramische bekledingen kunt u vinden in het technische handboek voor Schlüter-BEKOTEC-THERM of verkrijgen bij onze technische verkoopafdeling.

Schlüter-BEKOTEC-EN 18 FTS met een contactgeluidsisolatie van 5 mm is gemaakt van drukstabiele polystyreen-structuurfolie. Het contactgeluidsvlies bestaat uit een speciale combinatie van textielweefsel. Schlüter-BEKOTEC-EN 18 FTS is geschikt voor toepassing van klassiek aangebrachte dekvloeren op basis van cement of calciumsulfaat en voor vloeibare dekvloeren.

Schlüter-BEKOTEC-EN 18 FTS, -EN 18 FGTS 5 en -BRS zijn rotbestendig en vereisen geen speciaal onderhoud. Voor en tijdens het storten van de dekvloer moet de noppenplaat door geschikte maatregelen, bijv. het leggen van loopplanken, worden beschermd tegen beschadigingen door mechanische invloeden.

Bekijk
video's

Video Schlüter-BEKOTEC-EN 18 FTS: Geavanceerde vloerverwarming | Animatie
Schlüter-BEKOTEC-EN 18 FTS: Geavanceerde vloerverwarming | Animatie
Video Schlüter-BEKOTEC-THERM: Innovatief vloerverwarmingssysteem | Animatie
Schlüter-BEKOTEC-THERM: Innovatief vloerverwarmingssysteem | Animatie